|
Onderzoek in volle gang op SCH 302 |
|
| 8 februari 2007
Afgelopen maandag heeft de politie de SCH 302 vrijgegeven. Deze week onderzochten schade-experts of het schip inderdaad als verloren moet worden beschouwd. Politie en verzekering onderzoeken de juiste toedracht.
De uitgebrande SCH 302 in een binnenhaven in Velsen-Noord biedt een trieste aanblik. De diepvrieshektrawler helt licht naar stuurboord en naar achteren over door de grote hoeveelheid bluswater in het binnenste van het schip. Het voordek ziet er uit als een poffertjespan; de grote hitte heeft het staal vervormd. Onder de zwartgeblakerde buiskap zijn de heftrucks nog te herkennen aan de overgebleven geraamtes. Gezien de enorme hitte (tot 1.400 graden) is het een wonder dat de twee grote reddingssloepen nog trots in de davits hangen. Ook de rubberen MOB-boot en de houten pallets op het voordek hebben gek genoeg geen vlam gevat. Brug, accommodatie en ruimen zijn uitgebrand. Het achterschip is bovendeks ongeschonden gebleven. Vrijdagmiddag kwam er al geen rook meer uit het schip. De bedrijven die de voorgaande dagen vanwege rook en giftige gassen genoodzaakt waren de deuren te sluiten konden de werkzaamheden weer hervatten. De verzekering zal nog een grote dobber hebben aan de schadeclaims die door deze bedrijven worden voorbereid. Zaterdag werd het sein brand meester gegeven.
Bij rederij W. van der Zwan willen ze niet op de uitkomsten van de officiële onderzoeken vooruitlopen. Op berichten dat de brand is ontstaan doordat iemand op het werkdek met een snijbrander een gat maakte in de scheepshuid waarna de isolatie zodanig vlam vatte dat bluspogingen niet meer hielpen, wenst men dan ook nog niet te reageren. Van diverse zijden, van specialisten en eigen bemanningsleden, is kritiek gekomen op de handelwijze van de regionale brandweerkorpsen en de brandwachten aan boord na het uitbreken en de verspreiding van de brand. Er is te weinig gebruik gemaakt van specialisten en niet geluisterd naar opvarenden die goed de weg wisten op het grote schip. Ook hierover wil men bij Van der Zwan geen voorbarige uitspraken doen. Feit is dat gelukkig iedereen van de tientallen werklieden, bemanningsleden en brandweermannen ongedeerd van de brandende trawler is afgekomen, wat gezien het vrijkomen van veel rook en giftige gassen en de immense hitte ook anders had kunnen lopen. Gisteren is er een gesprek geweest met de 23 Nederlandse opvarenden van de SCH 302. Volgens directeur Gerard Zwijnenberg kunnen ze allemaal blijven en zullen ze elders tewerkgesteld worden. Voor Van der Zwan varen op dit moment alleen nog de drie kleinere trawlers SCH 6, SCH 303 en SCH 333. Over hoe het verlies van de SCH 302 opgevangen gaat worden in quotumtechnische zin wordt bij Van der Zwan nog overlegd.
SCH 21 Vijf jaar geleden, in maart 2002, trof de SCH 21 ‘Friesland’ van rederij Jaczon hetzelfde lot als de SCH 302. Er zijn veel overeenkomsten. Ook de SCH 21 onderging een verbouwing die al bijna afgerond was (in een dok van de werf Vlaardingen-Oost), en ook hier vatte isolatiemateriaal vlam en breidde de brand zich snel uit. De enorme rookontwikkeling en gassen zorgden voor verkeersproblemen en ontruimingen in de omgeving van Rotterdam. Korte tijd later werd de SCH 21 total loss verklaard. Na deze gebeurtenis zijn de eisen aanmerkelijk aangescherpt. Niet voor niets waren er continu brandwachten aan boord van de SCH 302 tijdens de verbouwing. In 2002 jaar was er nog een discussie gaande met de Europese Commissie over de (over)capaciteit van de trawlervloot en leek het er op dat de capaciteit van de SCH 21 niet meer vervangen zou kunnen worden. Omdat later het plafond is vastgesteld op de referentiewaarde van 1 februari 2003 speelt dit nu niet. De capaciteit blijft na calamiteiten als die op de SCH 302 zes jaar gereserveerd. |
|